Eerlijk gezegd werkt ze me aanvankelijk een beetje op mijn zenuwen, de mevrouw op leeftijd die we thuis hebben opgehaald op verzoek van de huisarts. Gelukkig is ze er niet slecht aan toe, maar er blijkt toch iets wat om aandacht vraagt. Daarom brengen we haar naar de juiste plek, het ziekenhuis.

Zodra ze op de brancard ligt ratelt ze aan één stuk door. En… herhaalt ze eigenlijk telkens het hele verhaal. Als ik voor de vierde keer haar hetzelfde hoor vertellen, ga ik nog maar eens alle gegevens en controles na die ik heb ingevoerd in het elektronisch patiëntendossier. Ik wil namelijk niet dat ze eventueel aan mijn gezicht kan zien dat ik een beetje tureluurs begin te worden van haar gebabbel. Ondertussen zeg ik op de juiste momenten dingen als, “ja, dat is ook wat” en meer van dat soort standaard antwoorden die je geeft als er geen sprake is van een dialoog maar een monoloog.

Dan, ineens, is ze even stil, zucht en zegt: “Ach weet je wat het is? Ik ben eigenlijk doodsbang voor ziekenhuizen en heb weinig vertrouwen in artsen. Er zijn in het verleden een aantal dingen vreselijk misgegaan. Ik noem het inschatting en beoordelingsfouten. Hierdoor heb ik onder andere mijn zoontje verloren. Hij werd maar anderhalf jaar.” Ik schrik hiervan en schaam me een beetje dat ik haar irritant vond. Doordat ze me dit vertelt, begrijp ik heel goed dat ze dus gewoon zenuwachtig is.

Ik kijk haar aan en zie het verdriet in haar ogen. Ik vraag haar zijn naam en ze antwoordt gelijk. Ze praat vol liefde over hem. Ze wil me een foto van hem laten zien die ze nog altijd bij zich draagt. Maar door de onverwachte wending van haar dag is ze die helaas vergeten.

Ze vervolgt, “Toen mijn man werd opgenomen in het hospice waar hij is gestorven vroeg hij me om een foto van ons overleden zoontje. Ik antwoordde hem verbaasd: “Waarom nu? We zijn nooit meer naar zijn graf geweest omdat het te moeilijk was.” Waarop zijn antwoord was: “Ik ben er elke maand, ál die jaren lang geweest maar heb het je nooit verteld omdat ik je geen verdriet wilde doen. Er staat inmiddels een mooie boom bij hem.””

Ze is weer even stil. Aan haar ogen zie ik dat ze dat moment weer opnieuw beleeft. “Mooi van hem he?” zegt ze na een diepe zucht. En ik beaam dat natuurlijk terwijl ik denk aan hoe verschillend mensen met verlies en verdriet omgaan en hoe partners elkaar daarin soms niet kunnen bereiken. Ik zie haar man bijna staan daar bij het graf van hun kind, peinzend, en alleen met zijn gedachten, terwijl de boom groeit en het geheim met hem deelt…

We praten nog wat. Mijn collega laveert ondertussen de ambulance door het drukke verkeer. Ik probeer haar een hart onder de riem te steken voor wat straks komen gaat. Leg haar nog wat dingen uit. Ze luistert aandachtig.

Bij het afscheid zegt ze “Ik hou me aan jou vast. Het komt inderdaad vast allemaal goed met me.”

En terwijl ik wegloop realiseer ik me eens te meer dat ieder mens uiteindelijk zijn of haar eigen draken moet bevechten. De onverwachte wending die deze rit kreeg zal ik nooit meer vergeten en heeft me weer doen realiseren dat het écht zo is. De één praat, de ander lijdt in stilte. Daarom zijn we dan gelukkig ook allemaal anders!

Hanna Bonnes
Hanna BonnesAmbulanceverpleegkundige

Recente blogs